Zeilkampioen Marit Bouwmeester

Zeilkampioen Marit Bouwmeester vertelt hoe zij wind en water bedwingt

‘Vroeger was ik bang voor harde wind. Dan duwden alle kindjes hun zeilboot af en kwamen er twee jankend met een u-bocht terug: mijn zus en ik. Door in het zwembad te oefenen met omslaan, kreeg ik steeds meer zelfvertrouwen. Hoe hoger de golven en hoe harder de wind, hoe mooier ik het nu vind.

Marit Bouwmeester (1988) is zeiler in de Laser radiaal-klasse. 
Ze werd driemaal wereldkampioen en won goud op de Olympische Spelen 
van 2016, Rio de Janeiro. Naar aanleiding hiervan werd ze benoemd 
tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Vorig jaar ontving ze de 
ISAF World Sailor of the Year Award.

‘Ik ben net terug uit Gran Canaria. Bijna niemand ging het water op, er stond enorm veel wind en er waren golven van vier meter hoog voorspeld. Dan ga ik wel, zulke bizarre omstandigheden vind ik kicken om mee te maken. Maar zelfs in zo’n geval wil ik presteren en train ik doelbewust.

‘Dat merk je als je een tijdje aan de top staat: je kunt je geen inefficiënte trainingen veroorloven. Als ik enkel voor de fun ga, word ik alleen maar minder in plaats van beter.

‘Vaar je met de golven mee, dan is het als surfen en gebruik je de snelheid van de ene golf om de andere te pakken. Vaar je tegen de golven in, dan vertraag je wanneer je een golf opgaat en versnel je wanneer je er weer afkomt. Daar maak je gebruik van door kort de golf op te gaan en juist met een lang pad de golf af. Dat vergt veel sturing. Mijn boot weegt maar 57 kilo, die reageert al als ik 1 centimeter anders ga zitten.

Nooit stil

Zeilkampioen Marit Bouwmeester vertelt hoe zij wind en water bedwingt© Jérôme Schlomoff

‘Je moet het gedrag van de wind leren kennen. Vooral tijdens het laveren ofwel kruisen – tegen de wind in varen door onder hoeken van 45 graden op de windrichting te zeilen. Veel mensen realiseren zich dit niet, maar de wind staat nooit stil. In Nederland gaat hij elke halve minuut wel een aantal graden heen en weer, in een soort ritme. Het is aan de zeiler om dat ritme te ontdekken, zodat je telkens op het goede moment overstag gaat en de hoek zo optimaal mogelijk houdt. En zie je rechts een bui aankomen, dan weet je dat de wind die richting op zal trekken.

‘Ken je dat, dat je tussen twee gebouwen loopt en ineens een sterke wind voelt? Op het water is dat precies zo. Grote objecten kunnen lucht samendrukken en een windvlaag creëren. Daar wil je volle bak in zitten. Omgekeerd kunnen obstakels, ook andere zeilboten, je letterlijk de wind uit de zeilen nemen.

‘De olympische baan in Rio de Janeiro was mede hierom een nachtmerrie. Aan het uiteinde van de baai staat een berg waar de wind langs waait, bij elke windrichting net weer anders. Bovendien staan er hoge gebouwen die de wind verstoren en verandert elke vijf meter de stroming. Voor de Spelen probeerde ik de patronen te herkennen, maar ik zag het gewoon niet, zo veel factoren waren er. Uiteindelijk, na drie jaar, kreeg ik toch een beetje houvast. Aan die voorbereiding dank ik mijn gouden medaille.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *